Een advocaat-stagiaire vraagt haar patroon of ze Claude mag gebruiken om de opbouw van een pleitnota te ordenen. Hij denkt even na. "De onderzoeksomgeving mag, daar hebben we een licentie voor. Van de rest weet ik het eigenlijk niet." Ze gebruikt Claude die avond alsnog, thuis, op haar eigen account.
Welke AI-tools een advocaat mag gebruiken, staat niet in de beroepsregels en niet op de tool. Het is een besluit van het kantoor. Wie dat besluit niet neemt, heeft geen streng kantoor maar een kantoor waarin elke patroon het zelf uitzoekt, en waarin het werk naar privé-accounts verschuift.
Waarom staat het antwoord niet in de beroepsregels?
Omdat de beroepsregels over kernwaarden gaan, niet over producten. Een advocaat is onafhankelijk, partijdig, deskundig, integer en vertrouwelijk, en de deken ziet toe op die kernwaarden. De Nederlandse orde van advocaten heeft aanbevelingen over AI in de advocatuur gepubliceerd die langs diezelfde kernwaarden zijn geordend. Ze zeggen hoe je een tool beoordeelt: ken en beheers de datastromen, zet geen vertrouwelijke gegevens in gratis tools, controleer wat de tool oplevert, blijf zelf verantwoordelijk voor het advies. Ze noemen geen tool die mag en geen tool die niet mag.
Dat is geen gat in de aanbevelingen, het is de enige manier waarop ze kunnen kloppen. Dezelfde chatbot is op een gratis account iets anders dan op een zakelijke licentie met verwerkersovereenkomst, en een contractanalysetool met een koppeling naar het dossiersysteem is iets anders dan dezelfde tool zonder die koppeling. De orde kan de kernwaarden geven; het kantoor moet ze per tool toepassen. Hoe dat voor organisaties buiten de advocatuur werkt, staat in welke AI-tools mogen medewerkers gebruiken; voor een kantoor komt de geheimhoudingsplicht erbij als de zwaarste voorwaarde.
Hoe ziet de lijst van een kantoor eruit?
Per tool een status, en vier zijn er genoeg: toegestaan, beperkt toegestaan, nog geen besluit, niet toegestaan. Wat ze betekenen staat in vier statussen voor AI-tools. Bij beperkt toegestaan hoort de voorwaarde, bij niet toegestaan het alternatief, en een gratis en een zakelijk account van dezelfde tool zijn twee regels. Zo kan het er bij een middelgroot kantoor uitzien; de besluiten zijn voorbeelden, want jouw kantoor besluit anders.
| Tool | Status | Voorwaarde of alternatief |
|---|---|---|
| Juridische onderzoeksomgeving met kantoorlicentie | Toegestaan | Geen; dossierinformatie mag, binnen de overeenkomst met de leverancier |
| Microsoft 365 Copilot met werkaccount | Toegestaan | Alleen in dossiers waar je zelf rechten op hebt; niets uit afgeschermde zaken |
| ChatGPT of Claude via het zakelijke kantooraccount | Beperkt toegestaan | Geen partijnamen, zaaknummers, bedragen of stukken; wel abstracte rechtsvragen en eigen tekst zonder cliëntgegevens |
| ChatGPT of Claude via een gratis of persoonlijk account | Niet toegestaan | Alternatief: het zakelijke kantooraccount |
| Transcriptietool voor besprekingen | Beperkt toegestaan | Alleen interne overleggen, deelnemers weten het; geen cliëntgesprekken |
| Contractanalysetool die deze maand voor het eerst is gezien | Nog geen besluit | Voorlopig alleen openbare informatie; beoordeling loopt |
De lijst leeft niet in een pdf. Een advocaat die om kwart over tien een tool opent, leest geen protocol; het besluit hoort te verschijnen op het moment dat de tool opengaat, met de voorwaarde erbij en het alternatief als eerste knop. Zo ziet dat eruit als de lijst bij het gebruik staat in plaats van in een document: