De bestuurder van een woningcorporatie heeft het AI-beleid klaar: Copilot is de voorkeursroute, huurdersgegevens horen niet in een gratis tool, en er komt een korte uitleg voor alle medewerkers. Ze stuurt het ter kennisname naar de ondernemingsraad. De voorzitter belt dezelfde middag terug met één vraag: moeten wij hier eigenlijk over instemmen?
Het antwoord hangt af van wat er in het beleid staat, niet van het woord AI. Zolang het beleid zegt welke tools mogen en welke gegevens niet in een prompt horen, is het een gedragsinstructie: daar past overleg en uitleg. Zodra het beleid regelt hoe gegevens van medewerkers worden verwerkt, of een voorziening invoert die kan waarnemen wat mensen doen, heeft de OR instemmingsrecht.
Wat zegt artikel 27 van de WOR precies?
De Wet op de ondernemingsraden geeft de OR in artikel 27 instemmingsrecht op een voorgenomen besluit tot het vaststellen, wijzigen of intrekken van een aantal soorten regelingen. Twee daarvan raken AI direct. Onder k: een regeling over het verwerken en beschermen van persoonsgegevens van de mensen die in de onderneming werken. Onder l: een regeling over voorzieningen die gericht zijn op of geschikt zijn voor het waarnemen van of controle op aanwezigheid, gedrag of prestaties van die mensen.
Die formulering "gericht op of geschikt voor" is de zin die het verschil maakt. Een voorziening hoeft niet bedoeld te zijn om mensen te volgen. Als hij dat kan, telt hij mee.
Twee andere haken zijn minder bekend. Regelt het AI-beleid een verplichte opleiding, dan raakt dat het onderdeel over personeelsopleiding (onder f). En los van instemming heeft de OR op grond van artikel 25 adviesrecht bij de invoering of wijziging van een belangrijke technologische voorziening; een organisatiebrede uitrol van een AI-assistent kan daaronder vallen.
Wanneer valt AI-beleid eronder, en wanneer niet?
| Wat het beleid of de regeling doet | Instemming? | Waarom |
|---|---|---|
| Zegt welke tools zijn toegestaan en welk account je gebruikt | In de regel niet | Gedragsinstructie; wel overleggen en uitleggen |
| Zegt welke gegevens nooit in een prompt horen | In de regel niet | Gaat over gegevens van klanten of huurders, niet over die van medewerkers |
| Verplicht iedereen tot een AI-training | Mogelijk | Regeling op het gebied van personeelsopleiding (onder f) |
| Meet AI-gebruik per persoon, of kan per persoon worden uitgesplitst | Ja | Persoonsgegevens van medewerkers (k) en een voorziening die gedrag waarneemt (l) |
| Telt AI-gebruik per tool zonder gebruikers-id | Ligt eraan | Niet gericht op personen; de vraag is of de voorziening er geschikt voor is |
| Onderzoekt bij een incident wie wat deed | Ja, als eigen regeling | Dat is toezicht op een persoon, met een eigen doel en grondslag |
De tabel deelt in categorieën in; of een concreet besluit erin valt, hangt af van de inhoud, en soms van wat er al in een cao is geregeld. Laat een jurist of de FG dat toetsen voordat je het aan de OR voorlegt, niet erna.
Wanneer valt een meting van AI-gebruik eronder?
Een meting die per persoon vastlegt welke AI-tool wanneer is geopend, vraagt instemming, en meestal ook een gegevensbeschermingseffectbeoordeling. Wat een werkgever verder wel en niet mag, staat in mag mijn werkgever controleren of ik AI gebruik.
Een telling die alleen vastlegt dat op een apparaat vandaag dit domein is geopend, zonder gebruikers-id, zonder pad en zonder inhoud, is niet gericht op personen. De organisatie ziet dat een tool driehonderd keer is geopend, nooit door wie. Waarom die ene ontbrekende kolom het hele verschil maakt, staat in AI-monitoring versus medewerkersmonitoring.
Maar "niet gericht op" is niet hetzelfde als "niet geschikt voor". De vraag die de OR mag stellen, en die je zelf eerst beantwoordt: kan deze voorziening met een instelling, een export of een supportverzoek alsnog per persoon laten zien wat iemand deed? Is het antwoord nee, dan valt de telling met goede argumenten buiten artikel 27. Is het ja, of weet je het niet, dan valt hij er in de praktijk onder.
Leg de meting daarom toch als regeling voor, ook als je denkt dat het niet hoeft. Het kost één vergadering, het legt vast welke instellingen de organisatie belooft niet te veranderen, en het maakt de OR tot bondgenoot bij de vraag die later altijd komt: kunnen we dit niet ook per team zien?
Hoe neem je de OR mee?
Met het ontwerp, niet met een belofte. Een OR die te horen krijgt dat "de privacy wordt gerespecteerd" heeft niets om over in te stemmen.
Wat er in de voorgelegde regeling hoort:
- Het doel. "Weten welke AI-tools in gebruik zijn en of het gebruik via toegestane tools loopt" is een doel. "Iemand aanspreken" is dat niet, en dat schrijf je erbij.
- Wat er wordt vastgelegd. Per gebeurtenis: welke velden, of er een gebruikers-id aan hangt, of inhoud wordt bewaard, hoe lang.
- Wie het ziet. Welke rollen het dashboard mogen openen en welke uitsplitsingen bestaan.
- Welke instellingen vaststaan. Staat inzicht per afdeling uit, dan staat dat in de regeling. Wil iemand het later aanzetten, dan is dat een wijziging van de regeling en gaat het terug naar de OR.
- Een evaluatiemoment. Na een half jaar samen kijken wat de cijfers opleverden.
De woningcorporatie legt haar meting zo voor. De OR stelt drie vragen: zien jullie wat ik typ, zien jullie hoe vaak ik het gebruik, en kan dat later veranderen? De antwoorden staan in de regeling: nee, alleen per tool en nooit per persoon, en een wijziging van de instellingen komt terug op tafel. De OR stemt in met een aanvulling die de organisatie zelf had moeten bedenken: inzicht per afdeling blijft uit tot er opnieuw is gesproken.
BeeSensible is zo ontworpen dat die regeling kort kan zijn. De extensie meldt bij een AI-tool alleen het domein, hooguit één keer per dag per apparaat, zonder gebruikers-id, zonder pad en zonder pagina-inhoud. Het dashboard kent nergens een uitsplitsing per medewerker; inzicht per afdeling staat standaard uit en toont een afdeling pas vanaf vijf personen en zeven dagen. Dat zijn de zinnen die een OR wil zien; ze gelden in de AI Tools-module zoals ze hier staan.
Zo ziet het dashboard eruit dat een OR te zien krijgt: aantallen en uitkomsten, geen namen.